Handleiding

Recept: wifi dat blijft werken terwijl je loopt

Eén SSID door het hele gebouw, en een telefoon die meeloopt zonder dat je gesprek wegvalt.

Het doel: je loopt van de begane grond naar boven terwijl je belt of in een videogesprek zit, en je verbinding blijft staan.

Roaming is geen functie die je aanzet. Het is het gevolg van een paar dingen die kloppen: overal dezelfde SSID met hetzelfde wachtwoord, access points die elkaar net genoeg overlappen, kanalen die elkaar niet in de weg zitten, en vermogen dat niet te hoog staat. De beslissing om over te stappen neemt de client zelf, altijd. Jouw werk is het die beslissing makkelijk te maken.

Wat je nodig hebt

  • Twee of meer access points, elk met een netwerkkabel naar de switch of router. Een repeater werkt hier niet goed: die halveert de snelheid en de roaming-mechanismen werken er niet.
  • Een plattegrond, of in elk geval een idee van de muren.
  • Een site in de configurator met al je apparaten erin, zodat de SSIDs en het wachtwoord één keer bestaan. Zie Meerdere apparaten.

Stap voor stap

  1. Zet je apparaten in één site. De SSID-tabel hoort bij de site en wordt naar elk apparaat gekopieerd dat uitzendt. Daarmee zijn naam, beveiliging en wachtwoord automatisch overal gelijk, en dat is de belangrijkste voorwaarde. De controle over de site meldt het als twee access points verschillende SSIDs uitzenden.
  2. Zet de beveiliging op WPA2 + WPA3 en gebruik één wachtwoord voor de SSID op alle access points. Verschillende wachtwoorden onder dezelfde naam betekent dat een telefoon bij het overstappen wordt geweigerd en terugvalt.
  3. Teken de plaatsing in het Wi-Fi-plan. Zet je access points neer, trek de muren met hun echte materiaal, en kijk waar je op 5 GHz nog −67 dBm of beter haalt. Het plan zegt per kamer welk deel goed zit en waar het zwakste punt ligt. Wat je wilt is dat er op elke plek waar je loopt ook een tweede access point redelijk te horen is, want dan valt er iets over te stappen.
  4. Hang ze hoog en vrij. Midden in een ruimte, niet in een meterkast of achter een koelkast. Het plan waarschuwt als een access point binnen een meter van zoiets staat.
  5. Verdeel de kanalen. Op 2,4 GHz alleen 1, 6 of 11 op 20 MHz, op 5 GHz elk access point een eigen frequentie, bij voorkeur 40 of 80 MHz breed zodat er genoeg kanalen overblijven. Vul de frequentie per apparaat in bij het onderdeel Wifi. Zie Kanalen, breedte en vermogen.
  6. Zet het vermogen niet op het maximum. Dit is de stap die het vaakst wordt overgeslagen en het meeste oplevert. Een access point dat te hard roept wordt gehoord op plekken waar de telefoon zelf niet meer terugkomt, en de telefoon blijft er dan aan hangen. Zet het zendvermogen een paar dB lager, of verlaag in het plan de EIRP per band en kijk of je dekking nog rond komt.
  7. Zet 802.11r fast roaming aan als je apparaten het nieuwe wifi-pakket draaien. Dat scheelt bij het overstappen de volledige herauthenticatie. Bij CAPsMAN staat het standaard aan, bij een los access point zet je het zelf aan in geavanceerd.
  8. Zet band steering aan op apparaten met meerdere radio's en het wifi-pakket, zodat clients die 5 GHz kunnen daar terechtkomen in plaats van op de drukke 2,4 GHz.

Hoe je test of het werkt

  1. Start een ping naar je router vanaf een laptop of telefoon en laat hem lopen.
  2. Loop het hele gebouw door, ook de trap op, en kijk waar de antwoorden wegvallen. Een korte hapering bij het overstappen is normaal, seconden stilte niet.
  3. Kijk op elk access point wie er verbonden is met /interface wifi registration-table print (of /interface wireless registration-table print op het oude pakket). Draai je CAPsMAN, dan zie je alles op de controller.
  4. Ga in een hoek van het gebouw staan en kijk aan welk access point je hangt. Is dat niet de dichtstbijzijnde, dan staat het vermogen ergens te hoog.
  5. Loop dezelfde route nog eens met een telefoongesprek over wifi. Dat is de test die uiteindelijk telt.

Waar je op moet letten

  • Een telefoon die blijft plakken is bijna altijd een vermogensprobleem, niet een instelling die ontbreekt. Verlaag het vermogen van het access point waar hij aan blijft hangen.
  • Oude IoT-apparaten struikelen soms over 802.11r. Werkt een thermostaat of een stekker niet meer nadat je het aanzette, geef die apparaten dan een eigen SSID op 2,4 GHz zonder fast roaming.
  • Roaming gaat niet over gescheiden netwerken heen. Je gasten-SSID en je eigen SSID roamen elk voor zich; dat is precies de bedoeling.
  • Draag de VLANs door. Een SSID op een VLAN werkt alleen op access points waarvan de uplink die VLAN tagged draagt. Op het ene access point wel en op het andere niet betekent dat je verbinding wegvalt zodra je die kant op loopt.
  • Met een repeater lukt dit niet. Zelfde naam of niet, de mechanismen voor snel overstappen werken in die opstelling niet, en de snelheid is al gehalveerd. Trek een kabel, ook als dat een middag kost.
  • Het plan is een schatting, geen meting. Het rekent met typische waarden per materiaal. Lopen is de enige echte test.

Verder

Zie Wifi instellen voor de SSIDs, CAPsMAN als je het centraal wilt beheren, en Het Wi-Fi-plan voor de plaatsing.

Meteen proberen? Open de configurator