Handleiding

Namen kiezen

Namen die een jaar later nog kloppen, voor apparaten, poorten en SSIDs.

Namen zijn het goedkoopste stuk documentatie dat je hebt. Ze staan in WinBox, in de logregels, in de DHCP-lijst en op het overdrachtsblad, en ze worden gelezen door iemand die er niet bij was toen je het bouwde. Een goede naam zegt wat een apparaat doet, niet waar het toevallig staat of van wie het toevallig is.

Hoe de tool apparaten noemt

In een site krijgt elk apparaat een naam die uit de rol volgt: gw voor wat routeert, sw voor een switch en ap voor een access point, met een volgnummer van twee cijfers. Je krijgt dus gw-01, sw-01, ap-01, ap-02.

  • Er wordt per rol genummerd, niet per site. Eén doorlopende reeks zou gw-01 en dan ap-02 geven, wat eruitziet alsof er een apparaat mist.
  • De naam volgt de rol, niet het doosje. Een hEX S die je als switch inzet heet sw-01 en niet gw-02.
  • Verander je de rol van een apparaat, dan gaat een naam die de tool zelf gaf mee. Een naam die jij hebt getypt blijft staan, ook als hij daarmee niet meer bij de rol past.
  • Verwijder je ap-01 en voeg je er een toe, dan krijg je ap-01 terug en niet een tweede ap-02.

Die naam wordt de identity van het apparaat, dus wat je in WinBox in de titelbalk ziet. Hij moet uniek zijn: twee apparaten met dezelfde naam is een fout in de controles over de site, en CAPsMAN herkent zijn access points er ook aan. In de naam mogen letters, cijfers, punt, streepje en liggend streepje; al het andere wordt vervangen door een streepje, en na zestig tekens wordt afgekapt.

Namen die een jaar meegaan

De vraag is niet of een naam nu duidelijk is, maar of hij over een jaar nog klopt. Dat pleit tegen alles wat verandert terwijl het apparaat blijft staan.

  • Geen plaats in de naam. sw-meterkast en ap-vergaderzaal lezen prettig tot de verbouwing. Wat er in de meterkast hangt verhuist, de switch blijft.
  • Geen klantnaam op een apparaat dat wordt hergebruikt. Een router die als jansen-gw terugkomt uit een opgezegd contract en bij de volgende klant in de kast gaat, heet daar een jaar lang verkeerd.
  • Geen model in de naam. hex-01 is onjuist zodra er een RB5009 voor in de plaats komt. Het model staat al op het overdrachtsblad.
  • Geen adres of VLAN-nummer in de naam. Dat is precies wat je een keer wilt kunnen wijzigen.

Wat wel meegaat is rol plus nummer, eventueel met een korte locatiecode als je meer panden beheert: ams-sw-01, rtm-gw-01. Een pand verhuist zelden, een vergaderzaal wel.

Opmerkingen bij poorten

Een poortopmerking is het antwoord op de vraag waar die kabel heen gaat, zonder dat iemand hoeft te trekken. Teken je de bekabeling op het netwerkbord, dan zet de tool die opmerking er zelf op: to sw-01 ether1 bij een kabel naar een ander apparaat, internet bij de uplink, en bij een getekende pc, server of camera de naam van dat blok. Heb je zelf al een opmerking bij die poort getypt, dan blijft de jouwe staan.

Wil je meer kwijt dan waar de kabel heen gaat, gebruik dan de lijst met poortopmerkingen in het onderdeel poorten en bridge. Houd ze kort en feitelijk: to sw-01 ether1 (trunk) of kassa 2. Je ziet ze terug met /interface ethernet print en in de poortentabel op het overdrachtsblad. Poorten die je laat uitschakelen krijgen de opmerking unused, en een offbridge-poort wordt als noodtoegang gemarkeerd, zodat de volgende persoon niet gaat zoeken waarom die poort anders is.

SSID-namen

Een SSID is de enige naam uit je plan die buiten het gebouw te lezen is. Houd hem kort, zonder leestekens en zonder informatie die je liever niet uitzendt. Een paar praktische punten:

  • Maximaal 32 tekens, en elke SSID in de lijst moet uniek zijn.
  • De naam wordt ook gebruikt om de RouterOS-objecten te maken die erbij horen, zoals de beveiligings- en configuratieprofielen. Leestekens en emoji worden daarin tot streepjes vertaald, dus een rustige naam leest later een stuk beter.
  • Zet de band niet in de naam. Kantoor-5G vastleggen betekent dat je de banden later niet meer onder één naam kunt samenvoegen, terwijl dat precies is wat je voor roaming wilt.
  • Voor roaming moeten naam, beveiliging en wachtwoord op elk access point gelijk zijn. Daarom staan de SSIDs in de gedeelde instellingen van de site; zenden niet alle access points hetzelfde uit, dan meldt de tool dat.

De eerste SSID die je aantreft is een standaardnaam met vier willekeurige cijfers erachter, en de tweede regel begint als Guest met isolatie aan. Beide zijn bedoeld om te overschrijven. Zie wifi-instellingen voor de rest van de velden en documenteren en overdragen voor waar de namen terechtkomen.

Meteen proberen? Open de configurator