De cAP lite (artikelnummer RBcAPL-2nD) is een plat schijfje voor aan het plafond of tegen de muur, gevoed over de netwerkkabel. Hij doet één ding: wifi uitzenden op een plek waar al een kabel ligt. De router, de firewall en de DHCP-server zitten ergens anders. Dat is geen beperking maar de bedoeling: een access point hoort op de goede plek te hangen, niet in de meterkast.
Hij is de kleine broer van de cAP ax. Waar die twee radio's en twee gigabitpoorten heeft, heeft de cAP lite één radio op 2,4 GHz en één poort van 100 Mbit. Voor een gang, een hotelkamer of een IoT-hoek is dat genoeg. Voor een ruimte waar mensen willen streamen niet.
De poort
Eén ethernetpoort, ether1, 100 Mbit, met PoE-in. Dat is de kabel naar je switch of router: data en stroom over dezelfde ader. Het is ook de poort waar je VLANs tagged binnenkomen, dus je beheer-VLAN en je wifi-VLANs moeten daar allemaal langs. Zie VLANs.
Er is geen PoE-uit: het veld PoE-out per poort verschijnt niet bij dit model, en je kunt er dus geen tweede apparaat aan hangen. Zie PoE-uit per poort voor de modellen die dat wel kunnen.
Eén poort heeft gevolgen voor de rollen die de tool aanbiedt, want een WAN, een LAN en een trunk passen er niet naast elkaar. Daarover verderop meer.
Wifi
Eén radio, wlan1, op 2,4 GHz. Geen 5 GHz. Dat maakt hem geschikt voor bereik en voor apparaten die niets anders kennen: sensoren, thermostaten, oude laptops, printers. Voor snelheid moet je bij een model met een 5 GHz-radio zijn.
Op 2,4 GHz win je met een smal kanaal en een rustige omgeving, niet met een breed kanaal. Er is in die band domweg geen ruimte voor. Zie Kanalen, breedte en vermogen; het land dat je kiest bepaalt welke kanalen en vermogens mogen.
Het wifi-pakket voor dit model is wireless, het oude van de twee wifi-pakketten in RouterOS v7. De configurator schrijft de wifi dus als /interface wireless. Je hoeft dat niet te kiezen, de tool leest het uit de catalogusregel, maar het is wel bepalend als dit apparaat als station met een andere MikroTik moet praten: station-bridge werkt alleen tussen twee apparaten op hetzelfde stuurprogramma. Zie Wifi instellen.
Wat erin zit
Uit de catalogus: een MIPSBE-processor en 64 MB geheugen. Dat is genoeg voor een access point, maar het is niet veel, en de configurator zegt dat ook: bij 64 MB of minder verschijnt een melding dat RouterOS v7 er wel op draait maar niet ruim zit. Houd de configuratie klein, installeer geen pakketten die je niet gebruikt en kijk na het toepassen met /system resource print wat er over is. Zie Pakketten.
Switch-chip en licentieniveau staan voor dit model niet in de catalogus, dus die noemen we hier niet.
Waar hij goed in is, en waar hij ophoudt
Goed in: een schoon 2,4 GHz-signaal afgeven op een plek waar een kabel ligt, meerdere SSIDs uitzenden op verschillende VLANs, en dat doen zonder dat er een stopcontact in de buurt hoeft te zijn.
Waar hij ophoudt:
- Eén bekabelde poort. Rollen die minstens drie bekabelde poorten nodig hebben, zoals Kantoorrouter met VLANs, Router + CAPsMAN en Hotspot, blokkeert de tool met de melding "Minimaal 3 bekabelde poorten nodig". Dat is geen pietluttigheid: WAN, LAN en trunk passen er niet naast elkaar.
- 100 Mbit op die poort. Alles wat het access point uitzendt gaat door dezelfde 100 Mbit. Met één 2,4 GHz-radio kom je daar in de praktijk zelden aan, maar het is wel de grens.
- Eén band. Geen 5 GHz betekent dat elke client in dezelfde drukke band zit, ook de clients die het beter zouden kunnen.
- Een access point is geen router. De rol Thuisrouter wordt aangeboden, maar dan is
ether1je WAN en heb je geen LAN-poort meer over.
Welke rollen passen
- Access point: de normale keuze. Alles gebridged, SSIDs eventueel per VLAN, beheeradres via DHCP of vast. Geen DHCP-server, geen NAT.
- CAP (beheerd door CAPsMAN): als je SSIDs en beveiliging centraal wilt zetten in plaats van op elk apparaat apart. Zie CAPsMAN.
- Wifi-repeater / extender: voor een plek zonder kabel. Met één radio zendt hetzelfde bordje op dezelfde band ook weer uit, dus reken op ruim minder dan de helft van de snelheid.
- Wireless CPE / punt-naar-punt: als de kant die verbindt. De vraag "Wat zit er aan de andere kant?" bepaalt de stationmodus, zie Wifi ontvangen in plaats van uitzenden.
- Alleen beveiligen (baseline): voor een cAP lite die al hangt en draait.
De snelste route naar een werkend script
Hangt hij op zijn eentje, kies dan het model, kies de rol Access point en loop de wizard door: land, SSID, beveiliging, beheeradres, wachtwoord. Klaar.
Hangen er meer, met een router en VLANs erboven, gebruik dan Meerdere apparaten in één site. Elk access point krijgt dan hetzelfde SSID, dezelfde beveiliging en hetzelfde wachtwoord, wat de voorwaarde is voor roaming, en de sitecontroles vertellen je of het beheer-VLAN elk apparaat bereikt. Een uitgewerkt geval staat in Voorbeeld: kantoor met VLANs, switch en access points en in Recept: wifi dat blijft werken terwijl je loopt.
Waar mensen op stuklopen
- Het beheer-VLAN vergeten. Zet je het access point op een beheer-VLAN dat niet tagged over de trunk binnenkomt, dan is hij onbereikbaar zodra je plakt. In een site met meerdere apparaten vangen de controles dit af.
- 5 GHz verwachten. Er zit één radio in, op 2,4 GHz. Wie een snelle band nodig heeft, hangt het verkeerde model op.
- Per access point andere wifi-instellingen. Voor roaming moeten naam, beveiliging en wachtwoord gelijk zijn. Daarom staan ze in de gedeelde instellingen van de site.
- Een breed kanaal willen op 2,4 GHz. Daar is geen ruimte voor; smal en rustig wint.
- De PoE-bron vergeten. Dit apparaat heeft PoE-in: de switch of injector aan de andere kant moet hem voeden.