Een router is een kastje met twee kanten en een taak. Er komt iets binnen aan de ene kant, de router bepaalt waar het daarna heen moet, en stuurt het die kant op. Al het andere waar je hem van kent, adressen uitdelen, verkeer tegenhouden, wifi maken, is werk dat er later bij is gekomen.
Twee kanten
Thuis is de ene kant je eigen netwerk: laptops, telefoons, een printer, een televisie. De andere kant is je provider, en daarachter de rest van internet. De router staat op de grens en is het enige apparaat dat aan allebei de kanten tegelijk zit.
Denk aan de receptie van een kantoorgebouw. Iedereen van binnen kan naar de balie lopen, en alles wat naar buiten of naar binnen gaat komt er langs. De balie leest de brieven niet. Hij kijkt naar het adres op de envelop en bepaalt welke gang die op gaat.
Een beslissing per pakket
Data reist niet als bestand over een netwerk. Data reist als pakketten: kleine stukjes, elk met een bestemmingsadres op de voorkant. Een videogesprek, een download en een deurbelcamera worden allemaal pakketten, en ze staan door elkaar op dezelfde kabel.
De router kijkt per pakket naar dat bestemmingsadres en stuurt het door. Hij weet niet dat twintigduizend van die pakketten samen een film zijn. Daarom kan een drukke download een telefoongesprek wegdrukken, en daarom is het antwoord daarop geen snellere router maar een manier om sommige pakketten voorrang te geven.
De routeringstabel
Die beslissing komt uit een lijstje dat de router bijhoudt: voor deze reeks adressen ga je die kant op. In een gewone thuisrouter staan daar ongeveer drie regels in.
- Adressen van 192.168.10.0 tot en met 192.168.10.255 zitten op mijn eigen netwerk, die lever ik direct af.
- Adressen van 192.168.20.0 tot en met 192.168.20.255 zijn mijn tweede netwerk, ook direct.
- Al het andere: geef maar aan mijn provider, die zoekt het verder uit.
Passen er twee regels, dan wint de smalste. Zet je er later een tunnel naar kantoor bij, dan komt er een regel bij die zegt: het kantoornetwerk gaat door de tunnel. Die regel is smaller dan "al het andere", dus kantoorverkeer gaat de tunnel in en de rest gaat nog steeds naar je provider. Aan de derde regel hoefde niets te veranderen. Dat is de hele truc van routeren: smalle regels voor de uitzonderingen, een brede regel voor de rest.
De default gateway
Die brede regel heeft een naam: de default gateway, ook wel de standaardroute. Het is het adres waar de router een pakket aan overhandigt als geen van zijn eigen netwerken past.
Je laptop heeft er ook een, en dat is je router. De default gateway van je router is een machine bij je provider. Die machine heeft er zelf ook weer een. Internet is, ruw gezegd, een ketting van apparaten die elk alleen hun eigen buurt kennen en weten aan wie ze de rest doorgeven.
Dit is ook het probleem dat je het vaakst tegenkomt. Als de gateway ontbreekt of niet klopt, werkt alles in huis gewoon, print je prima, staat je NAS er nog, en is internet dood. Het lijkt een kapotte verbinding en het is een kapotte regel in een tabel.
Een publiek adres en veel prive-adressen
Je provider geeft je een adres dat de rest van internet kan zien. Je hebt meer dan een apparaat, dus de adressen binnen je huis komen uit reeksen die voor prive-gebruik zijn gereserveerd en op internet niets betekenen. De router vertaalt daartussen, en daarom ziet een website jouw huishouden als een enkele bezoeker. Hoe dat werkt en wat het je kost staat in NAT en poorten. Welke prive-reeks je kiest staat in Adressen plannen.
Modem, router, switch, access point
Vier woorden voor vier verschillende taken. Het witte kastje van je provider doet er drie of vier tegelijk, en daardoor worden de woorden door elkaar gebruikt.
- Modem
- Zet het signaal van de lijn om, glas, coax of koper, naar ethernet. Het verplaatst bits tussen twee vormen en neemt geen enkele beslissing over adressen.
- Router
- Verbindt twee verschillende netwerken en bepaalt per pakket welke kant het op gaat. Dit is het apparaat dat ook NAT doet, de firewall draait en meestal DHCP.
- Switch
- Geeft je veel poorten binnen een netwerk. Kijkt niet naar IP-adressen en bepaalt geen routes. Zie Switchen en routeren.
- Access point
- Een switchpoort die radio is geworden. Het zet draadloze apparaten op hetzelfde netwerk als de bekabelde, en verder doet het niets. Zie Wifi als radio.
Een MikroTik kan alle vier zijn. Dezelfde hardware wordt een router, een switch of een access point, afhankelijk van de configuratie die je erop zet. Dat is dan ook de eerste vraag die de tool je stelt.
Waar de tool dit oppakt
Je beschrijft de providerkant bij WAN en je eigen kant bij LAN en DHCP, en de configurator schrijft de adressen, de standaardroute en de vertaling ertussen voor je uit.